
De bewoner aan het woord
–2 maart 2026–
Met enige regelmaat laat Mario van Hees, manager woonzorgcentrum Polbeek in Zutphen, in een blog zijn licht schijnen op het reilen en zeilen in de ouderenzorg. Deze keer over zijn reden om over te stappen van de gehandicaptenzorg naar de ouderenzorg. Deze keer over de kracht van aandacht.

“Onlangs had ik een afspraak met een van de bewoners van Polbeek. Mevrouw had via een collega laten weten dat zij mij graag wilde spreken. De week ervoor had mevrouw aangegeven behoefte te hebben aan een gesprek. Ik spreek haar wel vaker; meestal heeft ze iets meegemaakt waarover ze wil praten. Soms gaat het om een klacht. Ondanks dat hebben we altijd prettige gesprekken. Mevrouw vindt het fijn om mij te spreken, want zoals ze zelf zegt: “Jij bent de baas hier.”
Iets later dan afgesproken, gelukkig is mevrouw dat van mij gewend en houden we, net als bij de taxi, altijd een kwartier speling aan, belde ik bij haar aan. Ik wachtte even en weet dat ik daarna zelf de deur mag openen. Mevrouw zat rustig op haar vaste plek. Op de bank zaten haar zoon en schoondochter. Zij hadden in haar agenda gezien dat ik langs zou komen en dachten: als we toch op bezoek zijn, dan kunnen we meteen de manager ontmoeten.
Wat bijzonder. Het lukt me namelijk niet altijd om alle naasten persoonlijk te spreken. Vaak ken ik de gezichten wel, maar dit was een mooie gelegenheid om elkaar echt te ontmoeten. Mevrouw was zichtbaar trots dat haar zoon en schoondochter erbij waren en gaf ons de ruimte om eerst kennis te maken. Haar schoondochter werkt voor een vaste leverancier van Zorggroep Sint Maarten en kende al veel namen van collega’s maar nu hadden we de tijd om elkaar echt te leren kennen.
Uiteindelijk ben ik bijna een uur bij mevrouw geweest. We spraken over haar welbevinden en natuurlijk ook over de klachten waarvoor ik kwam. Gelukkig konden we deze goed bespreken. Voor mevrouw was het vooral belangrijk dat er geluisterd werd. Over de inhoud zal ik niet uitweiden; het was een goed gesprek. De klachten waren voor mij eenvoudig op te pakken, maar voor mevrouw van groot belang om te delen en bij mij neer te leggen.
Na ongeveer een uur ging opnieuw de bel. Een collega kwam binnen en vroeg aan mevrouw of ze mocht storen. Dat mocht, want uiteindelijk is het haar huis en was ik te gast. Mevrouw onderbrak mijn collega en keek mij aan. Naast de twee andere verzorgenden die ik al had genoemd, is ook deze collega volgens haar een topper. Mijn collega begon te blozen. “Ja,” zei mevrouw, “als ik iets vind – goed of slecht – dan zeg ik het ook.” Samen met haar zoon benadrukten we dat ze dit compliment vooral moest meenemen, want als mevrouw dit zegt, meent ze het oprecht.
Met dit mooie slot van ons gesprek gaf mevrouw aan dat zij die dag haar warme maaltijd in haar appartement wilde nuttigen. Een mooi moment om mevrouw, haar zoon en schoondochter en mijn collega een fijne dag toe te wensen.
Terug op mijn werkplek heb ik de afgesproken acties gerapporteerd in haar dossier en intern uitgezet. Terwijl ik dit deed, dacht ik met een glimlach terug aan het gesprek. Het zijn deze momenten – het echte contact met bewoners en hun naasten – die laten zien waar het bij Polbeek om draait.